Besluit ministerie afgeschoten: geen limiet aan aantal vluchten Schiphol

woensdag, 11 maart 2026 (11:56) - Luchtvaartnieuws

In dit artikel:

De Raad van State heeft het door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gewijzigde Luchthavenverkeersbesluit voor Schiphol vernietigd. Volgens het hoogste bestuursorgaan is het besluit, waarin Schiphol per 1 november 2025 zou worden begrensd op 478.000 vluchten per jaar (waarvan maximaal 27.000 tussen 23.00 en 7.00 uur), niet zorgvuldig genoeg onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd.

Een Luchthavenverkeersbesluit regelt onder meer geluidsnormen, nachtbeperkingen, baangebruik, veiligheid en uitstoot rond een luchthaven. De minister paste dat besluit in mei vorig jaar aan met als doel de geluidbelasting voor omwonenden te beperken. Eerder waren er geen jaartotalen voor vluchten opgenomen; wel bestond al een nachttop van maximaal 32.000 vluchten.

Tegen de wijziging tekenden een breed spectrum aan partijen beroep aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak: luchtvaartmaatschappijen, gemeenten zoals Amsterdam, Oegstgeest en Uithoorn, omwonendenverenigingen en milieu- en actiegroepen. De motieven liepen uiteen: maatschappijen wezen de limiet af, terwijl omwonenden juist strengere beperkingen wilden. Ook speelde internationale druk; Amerikaanse airlines dreigden met tegenmaatregelen als hun vluchten werden beperkt.

De Afdeling oordeelde dat de minister ten onrechte volstond met het argument dat een maximumaantal vluchten als grenswaarde voor de jaarlijke geluidbelasting kon dienen. Dat miskent hoe de wet begripsmatig met grenswaarden omgaat: het gaat om de optelsom van geluidsbelasting van individuele vluchten op handhavingspunten over een jaar. Verschillende toestellen veroorzaken uiteenlopend geluid, dus alleen het aantal vluchten zegt onvoldoende over de totale geluidsbelasting. Verder heeft de minister niet aangetoond dat de wijziging daadwerkelijk tot minder geluidsoverlast voor omwonenden leidt of dat het beschermingsniveau minimaal gelijk blijft aan dat van het eerdere besluit uit 2004, terwijl de wet dat vereist.

Achtergrond is dat sinds 2008 via de Alderstafel (nu Omgevingsraad Schiphol) het niet-wettelijke Nederlandse Normen en Handhavingsstelsel Schiphol (NNHS) wordt gebruikt. Dat bevat afspraken — onder andere een streefmaximaal van 500.000 vluchten en voorkeur voor bepaalde banen — die in de praktijk worden gedoogd omdat ze minder omwonenden belasten, maar niet juridisch verankerd zijn. De minister leek met het vorig jaar vastgestelde maximum van 478.000 vluchten feitelijk aansluiting te zoeken bij het NNHS, wat de Afdeling onterecht vond.

Gevolg van de uitspraak is dat het eerdere Luchthavenverkeersbesluit uit 2008 blijft gelden, zonder totaaljaarlimiet. De verlaging van de nachttop naar 27.000 wordt voorlopig wel gehandhaafd; partijen hadden daar geen bezwaar tegen. Het kabinet bereidt een nieuwe wijziging van het Luchthavenverkeersbesluit voor, waarna de voorlopige maatregel vervalt. De uitspraak brengt daarmee onzekerheid voor luchtvaartmaatschappijen, omwonenden en beleidsmakers voort, en benadrukt dat geluidsbeleid juridisch aantoonbaar op geluidsniveaus moet worden gebaseerd, niet louter op aantallen vluchten.