Veelbelovende toekomst voor Europese A330 MRTT-vloot
In dit artikel:
Maandag voerde het European Air Transport Command (EATC) een demonstratievlucht uit met de A330 MRTT T-054, als onderdeel van een werkbezoek van de Franse parlementariër Sabine Thillaye en de Duitse parlementariër Thomas Röwekamp aan Vliegbasis Eindhoven. Doel van het bezoek was parlementaire toelichting geven op de multinationale luchtwaartsamenwerking en de tank‑ en transportcapaciteiten van de Multinational MRTT Unit (MMU).
Aan boord heette kolonel Evert Cuppens, momenteel plaatsvervangend commandant van de MMU en vanaf maart commandant, de delegatie welkom. De MMU werkt met negen MRTT‑vliegtuigen vanaf twee basissen — de Main Operating Base in Eindhoven en een Forward Operating Base in Keulen — en telt circa 350 medewerkers. Door uitbreiding van deelnemende landen (onder meer Zweden en Denemarken) zijn in juni twee extra A330 MRTT’s besteld; de vloot moet de komende jaren groeien naar twaalf toestellen. Deense vliegbasis Karup is recent benoemd tot extra FOB. Cuppens zei dat de vloot op termijn zelfs naar 22 toestellen kan doorgroeien; Duitsland toont mogelijk interesse in zeven extra MRTT’s en kijkt bij nieuwe aankopen ook naar de A330neo MRTT.
De T-054 steeg op als vlucht MMF10 en vloog naar de UTE‑ en VIRGIN‑corridors bij Ramstein, speciaal gereserveerd voor lucht-tot-lucht bijtanken buiten civiel verkeer. Voor de demonstratie waren Franse Rafale’s en Duitse Panavia Tornado’s verwacht; Rafale’s arriveerden echter niet. Zoals generaal‑majoor Franck Mollard droog opmerkte: “Het blijven Franse vliegtuigen.” Twee Tornado’s van Taktisches Luftwaffengeschwader 33 voerden daarop bijtankacties uit en namen elk ongeveer duizend kilogram brandstof af. Na het uitblijven van de Rafale’s keerde de MRTT terug naar Eindhoven en werd de demonstratie als geslaagd beschouwd: de vlucht toonde de operationele meerwaarde van MRTT’s en de effectiviteit van EATC en MMU als multinationale eenheden.
De bijeenkomst illustreerde succesvolle praktische samenwerking tussen Europese luchtmachten, maar stond tegen een breder beleidsdebat af: het Future Combat Air System (FCAS), een gezamenlijk project van Frankrijk, Duitsland en Spanje voor een zesde generatie straaljager, kampt met ernstige meningsverschillen tussen fabrikanten (Dassault en Airbus). Duitsland onderzoekt daarom ook alternatieven zoals het Global Combat Air Programme (GCAP), waarbij onder meer het Verenigd Koninkrijk, Italië en Japan zijn betrokken; ook Saab uit Zweden toont interesse in gesprekken.