Vliegbelasting schrikt Nederlandse reiziger niet af

dinsdag, 24 maart 2026 (14:41) - Luchtvaartnieuws

In dit artikel:

Onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, laat zien dat de herinvoering en latere verhoging van de vliegbelasting Nederlanders niet in groten getale naar Belgische of Duitse luchthavens heeft gedreven. De heffing werd in 2021 opnieuw ingevoerd en bedraagt in 2026 €30,25; vanaf 1 januari 2027 wordt het tarief gedifferentieerd op afstand met meerdere schijven, waardoor verre vluchten duurder worden.

Op het niveau van passagiersstromen zijn geen grote verschuivingen zichtbaar. Het totaal aantal reizigers op Nederlandse luchthavens ontwikkelt zich vergelijkbaar met dat van België en de Duitse grensregio: Nederland telde in 2019 81,2 miljoen passagiers en in 2025 78,4 miljoen (‑3,4%), grensregio’s 80,6 miljoen naar 76,2 miljoen (‑5,5%). Vijf Nederlandse luchthavens verwerken ongeveer evenveel passagiers als twaalf luchthavens net over de grens.

Wel bestaan regionale verschillen: groei zit vooral bij Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven; Groningen en Maastricht liggen nog onder het pre‑coronaniveau. In België winnen Brussel en Charleroi marktaandeel, kleinere luchthavens verliezen terrein. Duitsland toont een gemengd beeld.

Belangrijker nog is de samenstelling van reizigers: zakelijk verkeer blijft achter door digitalisering, terwijl vakantievluchten de groei dragen. Vakantiereizigers zijn prijsgevoeliger en flexibeler, wat verklarend kan zijn voor kleine verschuivingen richting buurlanden, maar geen massale uittocht.