Waarom historische vliegtuigen dreigen te verdwijnen
In dit artikel:
Het vliegend historisch erfgoed in Nederland staat onder druk: stijgende kosten, strengere regelgeving en vergrijzing van de toestellen maken het steeds lastiger om oude vliegtuigen vliegend te houden. Dat bleek uit een dubbelinterview met Roy Ymker (general manager Aviodrome) en Theo ten Haaf (voorzitter Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht, KLuHV) naar aanleiding van het Symposium Historische Luchtvaart dat vandaag in het Aviodrome plaatsvindt. Het symposium richt zich op organisaties, onderhoudsbedrijven en eigenaren die met historisch luchtvaartmaterieel werken en wil de toekomst van de sector op de kaart zetten.
De afgelopen jaren zijn meerdere iconische toestellen uit het Nederlandse luchtruim verdwenen of geground: de Catalina PH‑PBY werd verkocht aan een Amerikaanse stichting, DDA Classic Airlines droeg diverse Dakotas over aan het Aviodrome waarna die niet meer vliegen, en de Dutch Hawker Hunter Foundation staakte in 2024. Ook grote publieksmanifestaties zoals de Luchtmachtdagen en de Oostwold Airshow zijn verdwenen, meestal als gevolg van een opeenstapeling van financiële, regelgevende en praktische problemen. Tegelijk bestaan er lichtpunten, zoals het project rond een vliegende Fokker D.21 in Hoogeveen en de Fokker F.27 “Excalibur” op Lelystad.
Ymker wijst op de onderbelichte maatschappelijke waarde van luchtvaarthistorie: Nederland speelde een leidende rol bij pioniers als Fokker en Koolhoven en had ook in de naoorlogse burgerluchtvaart veel invloed. Ten Haaf benadrukt de rol van historische vliegtuigen als levend monument voor de offers uit de Tweede Wereldoorlog; het zien en horen van een toestel in de lucht versterkt herdenkingen en maakt geschiedenis tastbaar.
Belangrijke knelpunten: de sector is versnipperd en moet beter samenwerken en één vuist maken richting overheid en toezichthouders (zoals de IL&T). Specifieke dreigingen zijn onder meer brandstofregelgeving: de productie van loodhoudende AvGas 100LL—geschikt voor veel zuigermotoren in historische toestellen—dreigde in 2025 te worden verboden, al is dat nu uitgesteld tot 2032 terwijl alternatieven nog in ontwikkeling zijn in het VK en de VS. Daarnaast nemen onderhoudskosten toe, reserveonderdelen worden zeldzamer en gecertificeerd onderhoud is duur en afhankelijk van externe partijen.
Concreet voorbeeld: Aviodrome koos ervoor de Dakota PH‑PBA uit te faseren als vliegend toestel vanwege kosten en risico’s; het vliegtuig krijgt nu een permanente plaats in de expositie om de geschiedenis voor toekomstige generaties te bewaren. De PH‑PBA heeft een rijke militaire en civiele historie, met inzet tijdens D‑Day en operatie Market Garden en als regeringsvliegtuig van Prins Bernhard.
Ten Haaf pleit voor vernieuwing van de sector: meer publiekbereik, educatie en stages om jonge technici te interesseren, en actieve acquisitie van sponsoren. Meer zichtbaarheid en het vertellen van menselijke verhalen kunnen waardering en steun in de samenleving vergroten. Ymker voegt toe dat zelfs kleine successen in het primair onderwijs het draagvlak versterken. Zonder collectieve actie en bredere bekendheid dreigt het vliegend erfgoed te krimpen, terwijl het juist vakmanschap, innovatie en nationale geschiedenis zichtbaar maakt.